#Nederland praat zichzelf de afgrond in
“In Vernederland praten we met elkaar, ook als we het niet met elkaar eens zijn”. Was getekend: Jan Paternotte, lid van de Tweede Kamer namens D66 die bij de laatste verkiezingen ongeveer alle rechtse partijen uitsloot, want: “dáár praat je natuurlijk niet mee”.
We leven in een tijd waarin vrijwel alles onderwerp van debat is geworden. Politiek, identiteit, migratie, klimaat, oorlogen, onderwijs, media — overal wordt gesproken, gereageerd en gediscussieerd. Toch lijkt al dat debat opvallend weinig op te lossen. Integendeel: veel gesprekken verharden sneller dan vroeger.
Standpunten worden harder, wantrouwen neemt toe en mensen trekken zich steeds vaker terug in hun eigen gelijk. Opvallend genoeg ligt dat niet alleen aan de inhoud van de meningsverschillen.
Een storende factor is ook dat in de discussies, vooral in de politiek, het doel uit het zicht lijkt verdwenen. Het debatteren op zichzelf en het persoonlijke profijt zijn belangrijker geworden dan de functie die de democratie als geheel heeft voor bevolking en natie.
Nederland glijdt daarnaast af door een steeds verder voortschrijdende desintegratie; dit land en ook dit continent (de EU) neigt naar de vorming van ‘stammen’ en dat is niet bijzonder vreemd. Na de komst van de eerste grote groepen van gastarbeiders sinds eind jaren ’60 van de vorige eeuw naar ons land, is Nederland vooral voor mensen uit landen met meer tribale structuren aantrekkelijk gebleken.
Een belangrijke oorzaak daarvan is de zogenaamde ‘ketenmigratie’ geweest. Dat wil eigenlijk zeggen dat de eerste groepen uit andere – veelal: niet westerse – culturen als ‘kwartiermakers’ optraden voor later arriverende groepen, als entrepreneurs.
Met name sinds internet en email gemeengoed zijn geworden, is de wereld veranderd in een soort van dorpsplein waar iedereen gemakkelijk met iedereen contact heeft of kan hebben en afstanden een mindere rol spelen.
Hierdoor konden achtergebleven familieleden of huwelijkskandidaten heel gemakkelijk bereikt worden met informatie over de comfortabele situatie in Nederland (en meer westerse landen) met veelal de boodschap om de oversteek ook te wagen en overeenkomstig comfort te genieten.
'De bevolking vindt, met name sinds Fortuyn, dat de politiek bestaat uit een stelletje gauwdieven en gajes wat eigenbelang nastreeft en de verdienmodellen van hun stakeholders voorziet van wettelijke kaders.'
Piramide van Pinto
Nederland is voor mensen uit meer landen met zo’n stammencultuur uiterst aantrekkelijk. Er bestaat namelijk geen enkele noodzaak om activiteiten te verrichten om in de primaire basisbehoeften te voorzien, b.v. voedsel, kleding of veiligheidsvoorzieningen zoals onderdak. Ook de tweede stap, zoals ik die benoem in mijn (David Pinto; DP) inmiddels befaamd geworden ‘Piramide van Pinto’, is gemakkelijk en snel gemaakt.
Om deel te kunnen nemen aan westerse maatschappij zoals de Nederlandse, is het ook belangrijk om geaccepteerd te worden, om affectie en mededogen te verwerven, o.a. door te ‘behagen’ zoals ik dat heb genoemd; het gedrag – althans voorlopig – aanpassen aan de andere, nieuwe cultuur.
Wanneer die acceptatie is gelukt dan wordt dat door mensen uit andere dan de westerse culturen gevolgd door een innerlijke drang om na die acceptatie als medeburger – als geaccepteerde Nederlander – ook opgenomen te worden als succesvol, met enige faam en een ‘goede naam’. Dat is met name van belang om een begin te maken met het verwerven van nieuw aanzien binnen de eigen cultuurgroep, binnen de familie en verdere (stam-) verwanten.
Daarvan zijn legio voorbeelden: Marcouch, Aboutaleb, Akyol (‘Eus’) of Arib. Wanneer zij door de autochtone opinievormers worden uitgeroepen tot ‘geslaagde migrant’, dan heeft dat een effect op de eigen cultuurgroep in termen van aanzien en eer.
Gelet nu op de familie- en stammencultuur waaruit zij voortkomen, is een volledige overgave aan de westerse mores een heikele onderneming, omdat het vrijwel zeker uitstoting zou betekenen uit het eigen familie- en stamverband. Onder de wat meer tribale culturen in Afrika of in de Levant is bijvoorbeeld de westerse mode van Alfabetseks en geslachts-acrobatiek volstrekt onacceptabel. De factoren die dat verhinderen heb ik (DP) in mijn boeken de vier structuurinvloeden op de cultuurvorming genoemd:
-persoonlijke omstandigheden en/of fysieke beperkingen;
-sociale omgevingsfactoren;
-economische factoren;
-religieuze factoren.
Normaliter zijn die vier factoren van gelijkelijke invloed, maar in het geval van de islam is de invloed van de religieuze structuur en leer (veel) groter dan in het christendom. Binnen de moslimgemeenschappen heerst een fijnmazige set van regels en handelingen, waar de westerse, veelal christelijke gemeenschappen die juist wat ruimer nemen; er is meer ruimte om af te wijken van de norm.
Om een goed moslim te zijn is het noodzakelijk om dagelijks een aanzienlijk aantal religieuze verplichtingen te verrichten en het gedrag aan die verplichtingen aan te passen.
Dat geldt ook voor gedragingen die daaruit volgen, in b.v. familieverbanden of anderszins. Het is duidelijk dat de religieuze factor in dat geval de sociale factor dus sterk beïnvloedt. In het christendom gelden die strikte tradities en invloeden allang niet meer: ook op zondag zijn de winkels inmiddels gewoon open.
En daar nu, bevindt zich een probleem.
Er zijn momenteel zó veel uitzonderingen en geaccepteerde afwijkingen van de breed stromende normen in het Westen, dat het voor mensen uit klassiekere omgevingen met andere religieuze opvattingen en een andere culturele mores vrijwel ondoenlijk is om in de Piramide van Pinto op te klimmen naar het niveau van ‘eer en aanzien’. Die eer of dat aanzien is eigenlijk alleen beschikbaar onder de culturele condities van de niet-westerse cultuur: de oorspronkelijke ‘vaderlanden’.
De praktijk
In de dagelijkse praktijk zien we dat de politieke elite zich daarmee niet bezighoudt. Ze lijken het doel van deze samenleving uit het oog te zijn verloren en dat is het leefbaar houden van dit land; van het bewaken van de fundamenten van de westerse cultuur en de unieke Nederlandse invulling daarvan.
Zoals de nog niet zo lang geleden overleden filosoof Jürgen Habermas in zijn indrukwekkende magnum opus Theorie des kommunikativen Handelns[1] al noteerde, kan doeltreffende communicatie pas plaatsvinden als de actoren dezelfde ‘taal’ spreken en die overeenkomstig verstaan en begrijpen. Daarnaast moeten de betrokken actoren op gelijke voet ten opzichte van elkaar staan, bijvoorbeeld materieel en intellectueel.
Politiek en bevolking lijken zich daarvan niets aan te trekken. Politici vinden overwegend dat de bevolking niet van hun hoge (?) intellect is en niet in staat om te begrijpen wat politici beweren wel te begrijpen. De bevolking vindt, met name sinds Fortuyn, dat de politiek bestaat uit een stelletje gauwdieven en gajes wat eigenbelang nastreeft en de verdienmodellen van hun stakeholders voorziet van wettelijke kaders.
De grote maatschappelijke veranderingen in de maatschappij die immigratie met zich meebrengt en de ervaringen die de bevolking daarmee momenteel opdoet, lijken een voorbode te zijn van een groter oproer. De tegenstellingen in de huidige maatschappij laten zich wel vergelijken met de ‘Weimar Republiek’ (1918-1933) in Duitsland.
Een ambitieuze en gretige politiek die weliswaar grootse plannen heeft, maar geen plannen waarvan de bevolking het nut inziet of er voordeel van heeft. Alles uiteraard gebaseerd op ‘wetenschap’ maar wel een min of meer dubieuze ‘wetenschap’ waarin enigheid van mening boven wetenschappelijk bewijs gaat. Dat kan ook niet anders, want wie betaalt, die bepaalt.
Geleidelijk aan valt de politiek dan ook door de mand. Van immense klimaatproblemen blijkt bij nader inzien vrijwel geen sprake en voor zoveel wel, dan zijn kleine aanpassingen voldoende. Het is niet iets waar we ons als mensheid niet op kunnen prepareren of reden om b.v. schoolkinderen en studenten de stuipen op het lijf te jagen met doemdenkbeelden. De grotere problemen bevinden zich om de hoek: in de wijken, op straten en in parken.
Het handelen van mensen is vooral afhankelijk van hun vermogen om na te denken over een probleem, hoe klein of groot ook. Het probleem is niet dat mensen niet kúnnen nadenken, maar (zoals George Sowell al eens terecht opmerkte) dat zij niet wéten dat zij na kunnen denken, omdat ze altijd in de war raken met hun gevoelens.
Het lijkt erop dat het huidige (minderheids-) kabinet op alle punten in de war is, dat zij hun verstand niet gebruiken maar hun gevoelens de vrije loop laten. Hun handelen lijkt geen gevolg van nadenken, maar van ‘het gevoel’ en vooral of ze ook een discussie kunnen ‘winnen’.
Er zijn voldoende wetenschappelijke exercities geweest waarin werd aangetoond dat culturen de sterke neiging hebben tot het verdringen van andere culturen. Wanneer in de onderliggende structuren ‘religie’ dusdanig dominant is dat zij de sociale structuren en economische structuren beïnvloedt, dan vormt zich verzet en weerstand tegen de overheersende cultuur. Op dat terrein heb ikzelf al meer dan 20 boeken gepubliceerd waarin de – superieure – westerse cultuur wordt geadviseerd zich te wapenen tegen de verdringingscultuur van door religie gedomineerde, tribale stammenculturen.
Drie Stappen Methode:
Het bepalen van de eigen grenzen ingeval van verschillen met andere culturen, is in deze methode cruciaal. Het dwingt tot nadenken over de eigen cultuur en het bepalen van de grenzen tot hoever dat opgerekt kan en mag worden. Klaarblijkelijk vindt de Nederlandse bevolking dat die grenzen allang zijn overschreden, terwijl de politiek wordt overheerst door de gedachte dat dit nog niet zo is. Ook hier geldt dat ‘het gevoel’ overheerst en dat het ‘nadenken’ momenteel in de ijskast ligt. “Maar het probleem meneer, dat blijft” zou Fortuyn zeggen.
En toch vergt het maar drie eenvoudige stappen:
Stap 1: Ken je eigen (cultuurgebonden) normen en waarden. Welke regels en codes zijn van invloed op je denken, handelen en communiceren?
Stap 2: Leer de (cultuurgebonden) normen, waarden en gedragscodes van de ander kennen. Scheid meningen over het gedrag van de ander van de feiten. Onderzoek wat het ‘vreemde’ gedrag van de ander betekent.
Stap 3: Bepaal hoe je in de gegeven situatie met de geconstateerde verschillen in normen en waarden omgaat.
Bepaal vervolgens waar je grenzen liggen wat betreft aanpassing aan en acceptatie van de ander. Maak deze grenzen aan de ander duidelijk.
Door vooroordelen weg te nemen, de normen en waarden van de ander beter te begrijpen en te respecteren en de eigen grenzen aan anderen kenbaar te maken, worden irritaties, onbegrip en een overdreven vorm van tolerantie voorkomen.
De irritaties en het onbegrip is de dagelijkse praktijk voor de bevolking, terwijl de politiek en de opinievormers een overdreven vorm van tolerantie tonen. Zij tergen de autochtone burgers in dit land letterlijk tot op het bot. Dag in, dag uit zijn er problemen met immigranten in AZC’s die de krant of het journaal halen, maar de stille ellende in de wijken, straten en stegen wordt vergoelijkt.
De immigranten denken te zijn geaccepteerd en dat er voldoende affectie en mededogen is gegenereerd om de volgende trede op de piramide te bereiken. De autochtone bevolking ervaart slechts een in stamverband opererend gezelschap wat doorgaans niet eens in staat is om zelf in de primaire levensbehoeften te voorzien en daarvoor beroep doet op de door autochtone burgers opgebrachte reserves.
Ziedaar het recept voor nog meer oproer en als dat de bedoeling is geweest, dan is het perfect voorbereid en uitgevoerd.