Nederland gidsland: nergens staat de stilstand zo goed georganiseerd
Nederland heeft een talent dat internationaal zwaar wordt onderschat: wij kunnen problemen niet oplossen, maar wel tot in de perfectie begeleiden. Geef ons een woningtekort, een vol stroomnet, een stikstofcrisis, vastlopende infrastructuur en een kabinet dat nog moet bewijzen dat regeren iets anders is dan vergaderen, en wij bouwen er binnen drie weken een overlegstructuur omheen.
Met stuurgroep. Met routekaart. Met bestuurlijke tafel. Met reflectiesessie. En uiteraard met een Kamerdebat waarin iedereen boos is op iedereen, behalve op het systeem dat iedereen zelf in stand houdt.
Neem de woningnood. Er zijn te weinig huizen, dat weet inmiddels zelfs iemand die onder een brug woont — al mag hij daar vermoedelijk niet blijven vanwege een bestemmingsplan. Iedereen wil bouwen. Gemeenten willen bouwen, provincies willen bouwen, het Rijk wil bouwen, ontwikkelaars willen bouwen en starters willen vooral ergens wonen voordat hun eerste kind naar de middelbare school gaat.
Maar bouwen blijkt in Nederland verdacht lastig. Er is grond, maar niet daar. Er is geld, maar niet genoeg. Er zijn plannen, maar nog geen vergunning. Er is urgentie, maar eerst moet de participatieavond nog plaatsvinden. En als iedereen het eens is, komt er een vleermuis voorbij die procedureel sterker staat dan een compleet kabinet.
Dan het stroomnet. Ooit was stroom iets dat gewoon uit het stopcontact kwam. Nu is het een schaars natuurverschijnsel, ongeveer zoals zon in november. Bedrijven willen uitbreiden, woonwijken willen warmtepompen, laadpalen willen laden en datacenters willen doen alsof ze de ruggengraat van de beschaving zijn. Maar het net zegt: helaas, neemt u plaats in de wachtrij. Uw aanvraag wordt behandeld nadat de energietransitie is afgerond.
Het mooie is: ook hier is de oplossing bekend. Meer kabels, meer stations, meer capaciteit, sneller besluiten. Dus doen we wat Nederland altijd doet als de oplossing bekend is: we stellen eerst vast wie erover gaat. Daarna wie er niet over gaat. Daarna wie er eigenlijk over had moeten gaan. Vervolgens komt er een coördinator die mag uitleggen waarom iedereen gelijk heeft en niets gebeurt.
Stikstof is inmiddels geen probleem meer, maar een bestuursvorm. Het is de onzichtbare hand die elk project bij de keel grijpt. Een weg? Stikstof. Een woonwijk? Stikstof. Een boerderij? Stikstof. Een bankje in een natuurgebied? Eerst even doorrekenen. Nederland heeft van stikstof een nationale escape room gemaakt, alleen ontbreekt de uitgang en krijgt niemand de code.
En dan is er de politiek. Het kabinet-Jetten — of welk kabinet er tegen die tijd ook met frisse moed en oude dossiers aantreedt — zal beloven dat het anders moet. Sneller. Strakker. Praktischer. Minder Haagse mist. Meer uitvoering. Dat zijn de woorden waarmee in Den Haag traditiegetrouw wordt aangekondigd dat er een nieuwe commissie komt.
Jeroen Dijsselbloem weet als geen ander dat bestuurlijke nuchterheid zeldzaam is in een land waar elke maatregel eerst langs twaalf belangenorganisaties, drie bestuurslagen en een talkshowtafel moet. Wie zegt dat er keuzes gemaakt moeten worden, wordt onmiddellijk verdacht van haast. En haast is gevaarlijk. Voor je het weet, gebeurt er iets.
De kern van het probleem is niet dat Nederland arm is. Ook niet dat er geen kennis is. We hebben ingenieurs, economen, ambtenaren, bouwers, netbeheerders, boeren, bestuurders en consultants genoeg. Vooral consultants. Het probleem is dat we elk vraagstuk zo zorgvuldig willen oplossen dat het tegen de tijd van uitvoering historisch erfgoed is geworden.
De woningnood is geen natuurwet. Het volle stroomnet is geen meteorietinslag. Stikstof is geen mystieke vloek uit de polderklei. Het zijn problemen die vragen om keuzes. Niet om nog een debatje, nog een verkenning, nog een spoedbrief met de woorden “complex”, “integraal” en “zorgvuldig” erin.
Maar misschien is dat te eenvoudig. Misschien past het niet bij een land dat van elk stopcontact een beleidsdossier maakt en van elk weiland een constitutionele crisis. Wij zijn tenslotte Nederland. Wij lossen problemen niet op voordat ze breed gedragen zijn. En als ze breed gedragen zijn, zijn ze meestal zo zwaar geworden dat niemand ze nog kan tillen.
Dus sukkelen we voort. Van debatje naar debatje. Van dagophef naar dagophef. Van crisis naar crisis, steeds met de geruststellende boodschap dat er hard aan wordt gewerkt.
Dat klopt ook. Er wordt keihard gewerkt.
Alleen niet per se aan de oplossing.