Ik haak even in
@RechtspraakNL want ik heb het vonnis gelezen (ECLI:NL:RBROT:2026:6835) en vind daar legio haken en ogen in. Ik heb deze hieronder uiteen gezet en hoop op een inhoudelijk goed onderbouwde reactie.
De opgelegde straf van 502 dagen cel (waarvan 365 dagen voorwaardelijk, dus effectief geen extra detentie na voorarrest) plus 240 uur taakstraf is mijns inziens veel te laag voor de ernst van de feiten en ik zal dat hieronder onderbouwen.
Wat is er precies bewezen?
Seksueel misbruik van twee pleegzonen (7 en 10 jaar): Medeplegen van ontucht/aandrang. Betasten van billen, laten aanraken van penis, masturberen in aanwezigheid van de kinderen, in bed en onder de douche. Dit speelde zich af in een pleegzorgcontext vanaf september 2023, met seksuele intenties al voor de plaatsing.
Productie en bezit van kinderporno van de eigen pleegkinderen: Foto’s/video’s van naakte kinderen met penissen in beeld, masturberen naast hen etc.
Lange termijn kinderporno: Jarenlang bezit en verspreiding (vanaf 2016), inclusief extreme beelden.
Bestialiteit: Seksuele handelingen met de hond (likken aan penis) en productie/verspreiding van dierenporno.
In het vonnis erkent de rechtbank het ernstige misbruik van vertrouwen (pleegzorg), de kwetsbaarheid van de slachtoffers en het feit dat alleen politie-ingrijpen het misbruik stopte.
Waarom is dit vonnis veel te laag?
Ernst en schade aan slachtoffers:
Pleegouders hebben een bijzondere zorgplicht. Misbruik in deze positie is een ultiem verraad: de kinderen moesten een veilige plek krijgen. Slachtoffers van seksueel misbruik op jonge leeftijd lopen grote risico’s op langdurige psychische schade (PTSS, depressie, relatieproblemen, herhaald slachtofferschap). De productie van kinderporno maakt dit erger: beelden circuleren mogelijk blijvend online, wat hernieuwde traumatisering veroorzaakt. De rechtbank noemt dit expliciet, maar vertaalt het niet in een proportionele straf.
Meerdere delicten, gewoonte en voorbereiding:
Dit is geen eenmalig incident, maar een patroon: chats over fantasieën vooraf, productie van eigen materiaal, verspreiding, jarenlange kinder- en dierenporno. De nieuwe Wet seksuele misdrijven (2024) verhoogt maxima juist voor zulke gevallen (misbruik in afhankelijkheidsrelatie, <12 jaar). Maximale straffen gaan tot 10-15 jaar voor aanranding/verkrachting van jonge kinderen in gezinsverband. Hier blijft het bij lichte ontucht/aandrang, maar de cumulatie had een zwaardere totaalstraf moeten rechtvaardigen.
Vergelijking met richtlijnen en praktijk:
LOVS-oriëntatiepunten (die de rechtbank noemt) en OM-richtlijnen adviseren voor misbruik van jonge kinderen vaak jarenlange onvoorwaardelijke cel. OM eiste hier 4 jaar (1 voorwaardelijk), dit is op zich al mild, maar de rechter ging nog lager. Onderzoeken (WODC, Nationaal Rapporteur) tonen structureel lagere straffen in Nederland voor kindermisbruik dan richtlijnen suggereren: vaak taakstraffen of korte/voorwaardelijke cel, zelfs bij ernstige zaken. Dit creëert een precedent dat de bescherming van kinderen serieus ondermijnt.
Mitigerende factoren te zwaar gewogen:
Geen strafblad, laag-gemiddeld recidiverisico en behandeling (Fivoor etc.) zijn meegenomen, terecht voor het voorwaardelijke deel en voorwaarden (contactverbod minderjarigen, dierenverbod, reclasseringstoezicht). Maar dit rechtvaardigt geen nagenoeg volledige voorwaardelijkheid bij zulke feiten. Algemene en speciale preventie eisen een duidelijke onvoorwaardelijke component: daders moeten voelen dat dit niet 'met een sisser afloopt', en de samenleving moet zien dat kindermisbruik zwaar wordt bestraft. De rechtbank noemt LOVS en vergelijkbare zaken, maar het vonnis past daar niet bij.
Breder perspectief:
Nederland streeft naar betere slachtofferbescherming (nieuwe wet, hogere maxima), maar in de praktijk blijven straffen vaak mild door nadruk op resocialisatie, reclassering en 'persoonlijke omstandigheden'. Dit vonnis voedt terecht publieke verontwaardiging: het signaal is veel te zwak. Slachtoffers en samenleving ervaren dit als onrecht. Een hogere onvoorwaardelijke celstraf (richting OM-eis of meer, bij cumulatie) met behandeling zou passender zijn geweest.
Conclusie:
Deze straf is disproportioneel laag. Hij schiet tekort in erkenning van de ernst, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en de schending van het fundamentele vertrouwen in pleegzorg. Het onderstreept waarom veel burgers en experts vinden dat Nederlandse zedenrechtspraak strenger en consistenter moet worden. De bijzondere voorwaarden zijn een prima toevoeging, maar vervangen geen lange detentie voor afschrikking en rechtvaardigheid. Kortom, de rechter had minimaal de eis van
@Het_OM moeten volgen.