Wanneer slaat Rob Jetten eindelijk met de vuist op tafel?
Nederland heeft een merkwaardige nationale afwijking ontwikkeld: we laten ons in Brussel financieel uitkleden en noemen dat vervolgens “constructief Europees leiderschap”.
Volgens Hans Hoogervorst dreigt Nederland in 2030 maar liefst 17,8 miljard euro aan Brussel af te dragen, terwijl er slechts 1,4 miljard euro terugkomt. Anders gezegd: we betalen 12,5 keer meer dan we terugkrijgen. Netto kost dat Nederland dan 16,4 miljard euro per jaar.
Zestien komma vier miljard.
Dat is geen bijdrage meer. Dat is een aderlating met blauwe vlag en gele sterren.
Toch blijft het in Den Haag opvallend stil. Alsof het om wisselgeld gaat. Alsof die miljarden ergens in een Brusselse bureaula liggen en niet gewoon worden opgehoest door Nederlandse huishoudens, ondernemers, werknemers en belastingbetalers.
Er wordt in Nederland eindeloos gediscussieerd over bezuinigingen. Over zorg. Over sociale zekerheid. Over toeslagen. Over koopkracht. Over gemeenten die omvallen. Over politiecapaciteit. Over woningbouw. Over lerarentekorten. Over ouderen die te lang moeten wachten. Over gezinnen die iedere maand opnieuw rekenen of de boodschappen nog passen binnen het salaris.
Maar zodra Brussel aanklopt, gaat de portemonnee open.
Dan is er ineens geen schaarste.
Dan is er ineens geen begrotingsdiscipline.
Dan is er ineens geen pijnlijke keuze.
Dan heet betalen “solidariteit”.
Minister Eelco Heinen had groot gelijk toen hij het nieuwste Europese begrotingsvoorstel “niet acceptabel, onbetaalbaar en niet in balans” noemde. Dat zijn woorden die je zelden hard genoeg hoort in Den Haag. Maar woorden zijn nog geen onderhandelingsstrategie. Woede is nog geen veto. Verontwaardiging is pas politiek relevant als er een grens aan verbonden is.
Daar wringt het.
Nederland moppert vaak. Nederland waarschuwt soms. Nederland fronst regelmatig. Maar Nederland buigt uiteindelijk bijna altijd.
Brussel weet dat.
Parijs weet dat.
Madrid weet dat.
Warschau weet dat.
Daarom krijgt Nederland in Europese onderhandelingen zo vaak de rekening gepresenteerd met het servetje ernaast.
Waarom zou je bang zijn voor een land dat wel klaagt, maar zelden blokkeert?
Waarom zou je rekening houden met een premier die bij voorbaat suggereert dat behoud van de Nederlandse korting misschien onrealistisch is?
Dat is niet onderhandelen. Dat is de witte vlag strijken voordat het eerste overleg begint.
Rob Jetten moet begrijpen dat hij niet in Brussel zit als vertegenwoordiger van het Europese project, maar als premier van Nederland. Zijn eerste taak is niet het warm houden van de Europese sfeer. Zijn eerste taak is het beschermen van de Nederlandse burger.
Die burger krijgt ondertussen te horen dat er “lastige keuzes” moeten worden gemaakt. Dat de sociale zekerheid te duur wordt. Dat de zorg niet onbeperkt kan groeien. Dat de woningmarkt ingewikkeld is. Dat energiebeleid offers vraagt. Dat ondernemers meer moeten bijdragen. Dat gezinnen geduld moeten hebben.
Maar dezelfde burger ziet wel hoe miljarden richting Brussel verdwijnen in een begrotingsmachine die zichzelf nooit genoeg vindt.
Landbouwsubsidies blijven grotendeels overeind.
Cohesiegelden blijven stromen.
Het coronafonds, ooit verkocht als tijdelijk noodinstrument, lijkt via de achterdeur permanent onderdeel te worden van het Europese uitgavenmodel.
Nederland? Nederland mag betalen.
Niet een beetje.
Niet tijdelijk.
Niet symbolisch.
Structureel. Massaal. Jaar na jaar.
Het meest pijnlijke is dat deze scheefgroei nauwelijks centraal staat in het Nederlandse debat. We praten liever over toon, proces, draagvlak en Europese samenwerking dan over de simpele vraag: wat kost dit ons eigenlijk, en wat krijgen we ervoor terug?
Zodra die vraag hardop wordt gesteld, wordt het ongemakkelijk.
Dan blijkt dat de romantische gedachte dat Nederland economisch per saldo altijd geweldig profiteert van Brussel niet meer vanzelfsprekend overeind blijft. Natuurlijk is de interne markt belangrijk. Natuurlijk heeft Europese samenwerking geopolitieke waarde. Natuurlijk is Nederland geen eiland.
Maar dat betekent niet dat Nederland een pinautomaat zonder daglimiet moet zijn.
Europese samenwerking is geen religie. Het is een politiek instrument en een instrument moet werken. Voor vrede. Voor handel. Voor veiligheid. Voor welvaart. Maar niet als blanco cheque voor een begroting die steeds groter wordt, terwijl de Nederlandse belastingbetaler steeds verder wordt uitgeknepen.
Er is niets anti-Europees aan het verdedigen van Nederlands geld.
Er is niets populistisch aan het eisen van balans.
Er is niets onredelijks aan de vraag waarom Nederland 12,5 keer meer moet betalen dan het terugkrijgt.
Wat wél onredelijk is, is dat Den Haag dit jarenlang heeft laten gebeuren en vervolgens verbaasd doet wanneer burgers hun vertrouwen verliezen.
Die burger is niet gek.
Die ziet dat in eigen land iedere euro moet worden verantwoord, maar dat Brussel miljarden opslokt in naam van hogere idealen.
Die ziet dat Nederlandse politici streng kunnen zijn tegen bijstandsmoeders, boeren, automobilisten, mkb’ers en gepensioneerden, maar ineens heel voorzichtig worden zodra de Europese Commissie op de stoep staat.
Die ziet dat andere landen hun nationale belang schaamteloos verdedigen, terwijl Nederland nog een beleidsnotitie schrijft over de vraag of assertiviteit wel past binnen de Europese bestuurscultuur.
Frankrijk zal nooit achteloos zijn landbouwbelang opofferen.
Zuidelijke en oostelijke lidstaten zullen nooit zonder slag of stoot afstand doen van miljarden aan cohesiegelden.
België zou moord en brand schreeuwen als het zo werd behandeld.
Spanje zou een premier die met zo’n resultaat thuiskwam politiek fileren.
Maar Nederland? Nederland zucht, betaalt en noemt zichzelf verantwoordelijk.
Dat is geen verantwoordelijkheid.
Dat is bestuurlijke zelfverwaarlozing.
Daarom moet Rob Jetten nu kiezen. Niet tussen Europa en Nederland, want die tegenstelling is te simpel. Hij moet kiezen tussen een volwassen Europese houding en een onderdanige Europese houding.
Volwassen betekent: ja zeggen waar samenwerking werkt, nee zeggen waar Nederland wordt misbruikt.
Volwassen betekent: niet alleen praten over begrotingsdiscipline in Den Haag, maar die ook eisen in Brussel.
Volwassen betekent: de Nederlandse korting niet beschouwen als een gunst waarvoor we dankbaar moeten knikken, maar als een minimale correctie op een structureel scheve rekening.
Als Brussel niet beweegt?
Dan blokkeert Nederland de meerjarenbegroting.
Niet dreigen voor de bühne. Niet fluisteren in achterkamers. Niet “zorgen uitspreken”. Gewoon duidelijk zijn: zonder forse correctie op de Nederlandse nettobijdrage geen akkoord.
Dat is precies wat andere landen ook zouden doen.
Sterker nog: dat is waarom andere landen zo vaak krijgen wat ze willen. Omdat ze bereid zijn het spel hard te spelen.
Nederland hoeft niet lomp te worden. Nederland hoeft niet anti-Europees te worden. Nederland hoeft geen theatrale ruziezoeker te worden.
Maar Nederland moet wel eindelijk ophouden met de rol van keurige kassier van Europa.
De Nederlandse belastingbetaler is geen melkkoe met een vlaggetje op zijn rug.
Het wordt tijd dat Rob Jetten dat in Brussel duidelijk maakt.
Niet met een glimlach.
Niet met een nuance.
Niet met een procedurele kanttekening.
Maar met een vuist op tafel.
Want wie thuis miljarden moet bezuinigen, kan in Brussel niet blijven doen alsof geld daar vanzelf groeit.
Wie premier van Nederland is, moet af en toe iets heel ouderwets durven zeggen: dit is ons geld, dit is onze grens, en deze rekening betalen wij niet meer