Een ochtendcolumn
Vermogen in een pensioenfonds is vanzelfsprekend. Vermogen bij een ondernemer onderwerp van discussie.
Niemand ligt wakker van de tonnen die werknemers ongemerkt oppotten in hun pensioenfonds. Wie vanaf zijn vijfentwintigste tot zijn pensioen premie afdraagt, spaart zonder het echt te merken een vermogen bij elkaar dat rustig richting enkele tonnen gaat. Dat geld is bruto ingelegd, groeit jaren buiten box 3 en wordt pas belast als het wordt uitgekeerd. Het heet geen kapitaal, het heet pensioen. Dat klinkt vriendelijker. Daar voeren we geen debat over.
Logisch ook. Het is collectief geregeld, verplicht en bedoeld als zekerheid. Het voelt niet als rijkdom, eerder als een soort uitgesteld salaris waar je simpelweg recht op hebt. Niemand ziet zichzelf als vermogend omdat er ergens een pensioenpot staat.
Zet er een ondernemer naast die in dezelfde periode drie ton bij elkaar spaart. Dan schuift de sfeer op. Dan gaat het ineens over draagkracht, over eerlijk delen, over de vraag of dat vermogen niet zwaarder moet worden belast. Terwijl die ondernemer eerst vennootschapsbelasting heeft betaald, daarna box 2 bij uitkering, en ondertussen in box 3 jaarlijks ziet hoe een deel van het rendement alvast wordt afgeroomd.
De route van een tweede huis als pensioenbuffer is door nieuwe huurregels en box 3 een stuk minder aantrekkelijk geworden. De fiscale oudedagsreserve is verdwenen. Zelfstandig iets opbouwen kan nog wel, maar het pad wordt elk jaar wat smaller.
Intussen hebben we het over ruim twee miljoen mkb-ondernemers. De meesten verdienen rond modaal. Geen mensen met een jacht in Monaco, eerder mensen die hun eigen werk organiseren en hopen op een stabiel inkomen met een kleine buffer voor later.
Toch wordt in het debat vaak gedaan alsof ondernemerschap vanzelf leidt tot grote vermogens. Politici, economen en fiscale hoogleraren wijzen graag op vermeende voordelen. Het beeld van de uitschieter die verkoopt voor miljoenen bepaalt de toon. De middenmoot bestaat vooral in statistieken.
Zo ontstaat een merkwaardige tweedeling. Vermogen in een pensioenfonds is vanzelfsprekend. Vermogen bij een ondernemer is onderwerp van discussie. Het ene heet voorziening, het andere bezit. Dat verschil in woorden doet veel werk.
De vraag is niet of werknemers te veel pensioen opbouwen. De vraag is waarom dezelfde omvang aan kapitaal zo anders wordt bekeken.