Iedereen praat nog over 5G, maar de echte val sluit pas bij 6G. Dit gaat niet meer over sneller internet of betere filmpjes op je telefoon, maar over de infrastructuur waarmee AI, biometrie, drones, smart cities, digital ID, wallets, realtime sensing en gedragscontrole in één onzichtbare laag aan elkaar worden geknoopt. Ze noemen het connectiviteit, maar het werkelijke woord is uitleesbaarheid: steden, grenzen, bewegingen, transacties, lichamen, toegang en gedrag moeten allemaal onderdeel worden van hetzelfde digitale zenuwstelsel.
Zelfs Trump zei het bijna hardop toen hij pochte dat hij de 5G-president was en bij 6G begon over een “deeper view into somebody’s skin”. Ze lachten het weg als verwarring, maar ik hoor vooral een glimp van de richting waarin deze technologie beweegt. De telefoon was nooit het eindpunt. De mens was het eindpunt.
En terwijl iedereen nog lacht om chemtrails, worden geo-engineering, aerosolen, cloud seeding en atmosferische manipulatie steeds normaler besproken onder woorden als klimaat, veiligheid en innovatie. Eerst noemen ze je gek, daarna noemen ze het beleid. Precies zo werkt het met deze hele technologische overgang: eerst wordt surveillance verkocht als gemak, daarna als veiligheid, en uiteindelijk als voorwaarde om nog mee te mogen doen.
5G was de opmaat. 6G wordt de bio-digitale laag van de controlemaatschappij. Niet het internet der dingen, maar het internet van lichamen, gedrag en toegang. Ze bouwen geen netwerk voor gemak, ze bouwen een digitaal beheersysteem dat straks als vooruitgang wordt verkocht.