De Nakba wordt vaak neergezet als een zwart-witverhaal: Palestijnen werden verdreven en Israël werd gesticht. En daarmee lijkt de zaak rond: dader en slachtoffer, kolonisator en gekoloniseerde.
Dat zagen we de afgelopen dagen ook terug in de woorden van burgemeester Femke Halsema, die op Instagram sprak over “de verdrijving van Palestijnen uit hun land tussen 1947 en 1949”. Ze schreef dat haar gedachten uitgaan naar Palestijnse Amsterdammers “voor wie dit een dag is van pijn en verdriet”.
Die pijn is reëel. Laat daar geen misverstand over bestaan. Honderdduizenden Palestijnen vluchtten of werden verdreven. Families raakten hun huizen kwijt en dorpen verdwenen. Dat moet benoemd worden en de pro-Israël beweging mag hier niet van wegkijken. Het doet mij pijn als ik Palestijnen over deze (open) wond hoor spreken.
Maar een erkenning van hun leed is iets anders dan een eenzijdig verhaal rondbazuinen. Want wat gebeurde er óók? In 1947 accepteerden de Joden het VN-verdelingsplan. De Arabische leiders wezen het af. Daarna volgde geen vreedzaam protest, maar oorlog. Eerst een burgeroorlog tegen de Joodse gemeenschap, daarna de inval van vijf Arabische legers direct na de stichting van Israël.
Het doel was niet een betere deal, maar het verhinderen van een Joodse staat. Als dat was gelukt, drie jaar na de Holocaust, dan was de ramp voor de Joodse bevolking nauwelijks te overzien geweest.
Wat gebeurde er destijds nog meer? Ongeveer 850.000 Joden werden in dezelfde periode uit Arabische landen werden verdreven of moesten vluchten. Gemeenschappen die soms meer dan 2.000 jaar oud waren, verdwenen uit Irak, Jemen, Egypte, Syrië, Libië en andere landen. Hun huizen, synagogen, bedrijven en grond gingen verloren.
Maar hun verhaal past blijkbaar minder goed in het simplistische frame van “kolonisten” tegenover “inheemsen”. En dus horen we er veel te weinig over.
Het wrange is: Israël nam Joodse vluchtelingen op als burgers. Veel Arabische landen hielden Palestijnse vluchtelingen generaties lang in kampen, vaak zonder volwaardige rechten.
Kortom, wat zich tussen 1947 en 1949 afspeelde is uitermate complex. Die complexiteit mis ik bij Halsema. Zeker van een burgemeester van Amsterdam, een stad met een eeuwenoude Joodse gemeenschap, mag je verwachten dat zij niet één kant van deze geschiedenis zo nadrukkelijk belicht en de andere kant volledig laat liggen.
Wie cruciale delen van de geschiedenis weglaat, voedt wantrouwen en versterkt bestaande spanningen. Zo verandert Palestijns leed in een politiek instrument.
Jeffrey Schipper op LinkedIn