Mijn antwoord op de ingebrekestelling door
@KNACK en
@Roularta ⤵️
Geachte mevrouw Van Iseghem
Geachte heer Bultinck,
Ik heb kennisgenomen van uw ingebrekestelling van 9 juni, waarin u mij beschuldigt van een "onjuiste, lasterlijke en reputatieschadelijke HOAX". Na juridisch advies te hebben ingewonnen, deel ik u mee dat ik de inhoud ervan zowel in feite als in rechte over de hele lijn betwist. Tegelijk hecht ik eraan dit geschil niet verder te laten escaleren, en doe ik u verderop in dit antwoord een concreet voorstel om deze zaak in der minne af te ronden.
1. Het bericht was satire en als dusdanig beschermd
Het gewraakte bericht waarnaar u verwijst, was een satirische post. Satire, spot en parodie zijn volwaardig beschermde uitingsvormen onder artikel 19 van de Grondwet en artikel 10 van de EVRM. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk geoordeeld dat satire een vorm van maatschappelijk commentaar is die, precies door de overdrijving en vertekening van de realiteit, beoogt te prikkelen en uit te dagen, en dat ingrepen tegen zulke uitingen met grote terughoudendheid moeten worden behandeld (zie EHRM, Vereinigung Bildender Künstler t. Oostenrijk, 25 jan. 2007; EHRM, Eon t. Frankrijk, 14 maart 2013; EHRM, Nikowitz en Verlagsgruppe News GmbH t. Oostenrijk, 22 feb. 2007). Die bescherming geldt des te meer wanneer de satire zich richt op een persorgaan, dat als professionele deelnemer aan het publieke debat een ruimere mate van kritiek en spot moet kunnen incasseren dan een particuliere persoon.
Mijn démarche was bovendien geen vrijblijvende provocatie, maar een satirische repliek op een opiniebijdrage in uw eigen tijdschrift waarin ikzelf zonder enige bron of argument word weggezet als "een fervente en kritiekloze supporter van een genocidaire apartheidspolitiek". De pointe van mijn satire was precies dat dit opiniestuk, door zijn gratuite beschuldigingen en bedroevend lage kwaliteit, perfect als parodie kon doorgaan. Door met een knipoog even de schijn aan te houden dat ik het zélf had geschreven, maakte ik dat punt zichtbaar — een satirisch procedé zo oud als het genre zelf. Zulke scherpe kritiek valt binnen de grenzen van het publieke debat. Dat de redactie zelf blijkbaar twijfelde en zich genoodzaakt voelde om te telefoneren naar Prof. An Van Raemdonck om haar auteurschap te bevestigen, toont mijn punt beter aan dan ik zelf zou kunnen.
2. Voor de redelijke lezer was het satirische karakter gauw kenbaar
Het toetsingscriterium is dat van de redelijke, gemiddeld oplettende lezer. Welnu:
De post opende letterlijk met het woord "HOAX!" in hoofdletters, een uitdrukkelijke knipoog vanaf de eerste zin.
De verdere inhoud (hyperbolische toon, emoji's, de zelfspot over hoe ikzelf in het stuk word "gedemoniseerd") beaamde die satirische lezing. Wie twijfelde, kon bovendien binnen enkele seconden verifiëren dat Prof. An Van Raemdonck wel degelijk een bestaande academica aan de UGent is. Natuurlijk zou ik nooit in naam van een academische collega een opiniestuk insturen naar een krant of magazine; dat zou neerkomen op manifeste identiteitsfraude.
Mijn daaropvolgende posts op X en Facebook (onmiddellijk eronder) trokken de zaak nog meer op flessen, en maakten daarbij overvloedig duidelijk dat het wel degelijk om een grap ging. De satire was dus van korte duur en werd door mijzelf onmiddellijk geduid.
x.com/mboudry/status/2064364… x.com/mboudry/status/2064373…
De commentatoren die de grap aanvankelijk te letterlijk namen, hebben dat snel gecorrigeerd of ingetrokken. Van een blijvende misvatting bij het publiek is geen sprake. Iedereen snapt inmiddels dat het om satire ging.
3. Eventuele verwarring werd onmiddellijk weggenomen, niet in het minst door Knack zelf
Buitencontractuele aansprakelijkheid (Boek 6 BW) vereist het bewijs van een fout, van schade en van een causaal verband, waarbij de bewijslast op de eisende partij rust, overeenkomstig artikel 8.4 BW. Aan geen van die drie voorwaarden is voldaan.
Voor zover er al kortstondige verwarring heerste, werd die meteen en volledig weggenomen: door mijn eigen vervolgposts, door correcties van derden zoals An Van Raemdonck zelf, en vooral door uw eigen interventie. Knack heeft de zaak immers zelf prompt en doeltreffend rechtgezet via haar eigen online kanalen.
x.com/Knack/status/206433840… U beschikt over een groot bereik en u hebt dat bereik onmiddellijk ingezet; daarmee was elke beweerde onduidelijkheid bij het publiek verholpen. Dat betekent dat van blijvende of meetbare schade geen sprake kan zijn. Uw schrijven bevat daarvoor overigens ook geen enkel bewijs: geen aanwijzing dat iemand vandaag nog gelooft dat de opinie door mij werd geschreven, en geen aanwijzing van verlies aan abonnees, adverteerders of merkwaarde.
Wat overblijft aan negatieve beeldvorming rond deze episode voor Knack vloeit mijns inziens niet voort uit mijn satirische post, maar uit uw eigen buitenproportionele reactie erop, waarvan deze ingebrekestelling het sluitstuk vormt.
4. De gevraagde maatregelen zijn buitenproportioneel
De door u geëiste en gedicteerde "rechtzetting" — waarin ik moet verklaren dat ik "onjuiste informatie" heb verspreid, mij moet verontschuldigen en het bericht integraal moet intrekken — komt neer op een gedwongen openbare schuldbekentenis voor een rechtmatige meningsuiting. Dat staat op gespannen voet met artikel 10 EVRM en met het censuurverbod van artikel 25 van de Belgische Grondwet. Hetzelfde geldt voor de eis om elke verdere "verwijzing naar" de post definitief te staken, wat op een preventief spreekverbod zou neerkomen (zie EHRM, RTBF t. België, 29 maart 2011).
Volledigheidshalve wijs ik u erop dat het opiniestuk dat de aanleiding vormde voor mijn satirische post, door Knack gepubliceerd, zelf loze en lasterlijke aantijgingen aan mijn adres bevat — waaronder de bewering dat ik "een fervente en kritiekloze supporter van een genocidaire apartheidspolitiek" zou zijn — die gratuit, ongefundeerd en voor mijn eer en goede naam schadelijk zijn. Bovendien bevat deze inzending van An Van Raemdonck de weigering om elk inhoudelijk debat met mij aan te gaan.
Deze zuivere ad hominem aanval is precies de reden waarom ik naar satire greep als verweer in plaats van een inhoudelijke reactie. Het bevreemdt mij dat uw redactie voor een satirische post op sociale media een strengere zorgvuldigheidsnorm hanteert dan voor de eigen kolommen. Zelf ben ik gelukkig een maximale voorstander van vrije meningsuiting, dus ik formuleer dit niet als juridisch dreigement, wel om te wijzen op uw merkwaardige dubbele standaard.
5. Voorstel tot minnelijke afsluiting
Ik hecht, net als u vermoedelijk, weinig waarde aan een tijdrovende en dure procedure over een grap die intussen door iedereen als grap is begrepen. Daarom doe ik u het volgende voorstel, louter als blijk van goede wil en uitdrukkelijk zonder enige erkenning van fout, schade of aansprakelijkheid.
Erop vertrouwend dat u dit geschil daarmee als definitief beëindigd beschouwt, ben ik bereid om op de betrokken kanalen een bericht te publiceren waarin ik expliciet verduidelijk (voor zover daar nog enige twijfel over bestond) dat mijn post satirisch was en dat het bewuste opiniestuk dus niet door mij, maar wel degelijk door een bestaande academica (mevrouw An Van Raemdonck) werd geschreven. Die verduidelijking gebeurt in mijn eigen bewoordingen. Als u mij schriftelijk kan bevestigen dat de zaak daarmee voor u is afgesloten, zal ik dat bericht meteen na ontvangst onverwijld publiceren.
Ik meen dat dit voorstel aan uw wezenlijke bekommernis — duidelijkheid over het auteurschap van het stuk — volledig tegemoetkomt, en ik hoop dat wij de zaak langs deze weg kunnen afronden.
Dit schrijven en het daarin vervatte voorstel gelden onder voorbehoud van alle rechten en verweermiddelen en zonder enige nadelige of splitsbare erkentenis, in feite noch in rechte.
Met hoogachting,
Maarten Boudry