De gemiddelde Belg werkt veertig uur per week.
Zijn vermogen werkt 0,4 procent.
We hebben in onze masterclass een vraag die we elke editie stellen. Wat denk je dat je gemiddeld rendement is op je totale vermogen, na inflatie en kosten?
Mensen schatten zichzelf op vier, vijf procent. Soms zes.
Het echte gemiddelde, gemeten over alle deelnemers, is 0,4 procent.
Hoe komt dat zo laag?
Een gezinswoning brengt niets op. Cash op de vennootschap verliest waarde door inflatie. Pensioensparen haalt zelden de inflatie. Het kleine stukje dat wel rendeert, weegt niet op tegen de rest.
Tel alles op en je staat dichter bij nul dan je denkt.
Vergelijk dat met het werk dat erachter zit. Twintig, dertig, veertig jaar bouwen. Vroeg op, laat thuis. Beslissingen nemen, risico's lopen.
En dan rendeert het resultaat van al dat werk minder dan een staatsbon.
Het verschil tussen 0,4 en 2,8 procent op een vermogen van twee miljoen, over twintig jaar, is geen detail. Dat is een ander leven voor je kinderen.
Wat ik mensen steeds terug zie doen: hun vermogen in kaart brengen. Alle stukjes apart. Wat brengt elk stukje op, na kosten en inflatie. En dan zien ze het zelf. De cash die slaapt. De gezinswoning die enkel kost. De vennootschap die geld parkeert in plaats van laat groeien.
Dat is het werk waar niemand voor opleidt. En het is precies het werk dat het verschil maakt.