De netkosten stijgen hard, en het frame is altijd āwe verbruiken steeds meer stroomā. Maar dat klopt niet. Het Nederlandse elektriciteitsverbruik staat al een decennium vrijwel stil. Wat wel explodeerde, is het aanbod. De netverzwaring is voorbereiding op variabel aanbod, niet op groeiende vraag.
De cijfers. Het opgestelde zon-PV-vermogen vervijfvoudigde van 4,6 GWp in 2018 naar 23,9 GWp in 2023, terwijl het totale elektriciteitsverbruik het afgelopen decennium ongeveer gelijk bleef. Aanbod maal vijf, vraag vlak. Dat is geen detail, dat is de hele zaak.
En zon en wind zijn inmiddels geen nichebron meer. De productie uit zon en wind groeide in 2024 met 9% naar 55 TWh, goed voor 45% van de totale elektriciteitsproductie. Bijna de helft van de stroom komt nu uit bronnen die fluctueren met weer en daglicht.
Dat fluctueren is het probleem, niet de hoeveelheid. Een net dat is gebouwd op voorspelbare, regelbare centrales moet nu pieken aan en terugleveren verwerken die in uren ontstaan. Niet meer kWh per jaar, maar veel grilliger verdeeld over de dag. Daar gaat het verzwaringsgeld heen.
Het bewijs zit in de geografie. De meeste laagspanningsstoringen door overbelasting zaten in Groningen en Drenthe. Dunbevolkte provincies met veel teruglevering en juist weinig vraaggroei. Als dit vraag-gedreven was, zaten de knelpunten in de Randstad. Ze zitten waar de zon-PV zit.
De schaal van de operatie. Liander verwacht tot 2033 bijna 40.000 kilometer kabel te leggen en 23.000 transformatorhuisjes te plaatsen. Dit betaalt iedereen via de nettarieven. De vraag is dus eerlijk: waar bereiden we het net precies op voor?
De stijgende netkosten zijn vooral de prijs van een net dat wordt omgebouwd voor variabel aanbod, niet voor een verbruik dat al jaren stilstaat. Wie de rekening āgroeiende vraagā noemt, vertelt het halve verhaal. Een deel is anticipatie op toekomstige vraag via warmtepompen en EVās, maar de knelpunten van nu zijn teruglever-gedreven.