Von der Leyen heeft het gemunt op de portemonnee van Europa – pas op voor het machtsgreep van de Commissie
frontnieuws.com/von-der-leye… via
@Frontnieuws
Het Meerjarig Financieel Kader. Zelfs voor een orgaan dat zo dol is op jargon als de Europese Unie klinkt deze uitdrukking bijna onbegrijpelijk saai. Misschien is dat wel de bedoeling. Want verborgen in het jargon van de nieuwe EU-begroting schuilt een soort technocratische coup – een die de Commissie meer macht belooft en de lidstaten minder, en die er uiteindelijk toe zou leiden dat Brussel nog minder verantwoording hoeft af te leggen dan nu al het geval is.
In het afgelopen decennium is het institutionele evenwicht van de EU al sterk verschoven in de richting van de Commissie, die haar invloed heeft uitgebreid naar gebieden die ooit als het domein van nationale regeringen werden beschouwd – van fiscaal beleid en volksgezondheid tot buitenlandse betrekkingen en defensie. Het mechanisme was altijd hetzelfde: elke crisis – de schuldencrisis, de brexit, de COVID-19-pandemie, de oorlog in Oekraïne – diende als voorwendsel voor de Commissie om zich meer autoriteit toe te eigenen, “nood”-beslissingen te nemen en blijvende veranderingen in de uitoefening van de EU-macht te verankeren. Hiervoor waren geen formele verdragswijzigingen nodig. Het gebeurde heimelijk, buiten het democratische debat om, via wat wetenschappers ‘integratie via de achterdeur’ noemen. Het resultaat is een sluipende ‘commissarisering’ en supranationalisering van de Europese besluitvorming, met een overeenkomstig verlies aan nationale soevereiniteit en democratische verantwoordingsplicht, schrijft Thomas Fazi.
Nu maakt de Commissie gebruik van de onderhandelingen over de volgende zevenjarige EU-begroting – het genoemde meerjarig financieel kader (MFK) voor 2028-2034 – om dit proces nog verder te versnellen. En precies om die reden streeft zij ernaar om tegen het einde van het jaar tot een akkoord te komen. Ingewijden in Brussel zijn zich ervan bewust dat de Franse presidentsverkiezingen in april 2027 een regering onder leiding van Jordan Bardella van het Rassemblement National zouden kunnen opleveren – een partij die vijandig staat tegenover de integratievriendelijke agenda van het nieuwe MFK. Aangezien het kader unanieme goedkeuring in de Raad vereist, zou een eurosceptisch Frankrijk de begroting in de kiem kunnen smoren. Het onuitgesproken, maar bepalende doel is om de deal rond te krijgen voordat dit risico reëel wordt. Dat dit nooit openlijk wordt uitgesproken, onderstreept alleen maar de minachting voor democratisch overleg die het proces nu doordringt.
Wat houdt het pakket dan in dat de Commissie zo dringend in werking wil stellen? Het is een kader met een totaalvolume van bijna 2 biljoen euro, wat neerkomt op ongeveer 1,26 % van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de EU over de periode van zeven jaar. Het Europees Parlement, dat nooit aarzelt om met andermans geld om te gaan, wil dit verhogen tot 1,38 % van het BNI. Maar geen van beide instellingen geeft echt toe dat er structurele spanningen schuilgaan achter de cijfers. De EU moet ongeveer 750 miljard euro aan pandemiegerelateerde schulden van het blok aflossen, waarvan de terugbetaling nu permanent in de reguliere EU-begroting wordt geïntegreerd.
Het eigen voorstel van de Commissie voorziet in 149,3 miljard euro voor de terugbetaling van de zogenaamde “NextGenerationEU-herstel”- en “herstel- en veerkrachtfaciliteit”-middelen – een bedrag dat bijna 10 % van de totale MFR-vastleggingen uitmaakt.
Dit is belangrijk omdat het de ware aard van NextGenerationEU (NGEU) onthult. Wat aan het Europese publiek werd verkocht als een uitzonderlijke, eenmalige reactie op de COVID-crisis, is nu de fiscale blauwdruk voor de toekomst van de Unie. Het pandemiefonds schiep een precedent: de EU kan zich op de kapitaalmarkten in de schulden steken, subsidies aan de lidstaten uitkeren en vervolgens de terugbetaling gedurende decennia in de algemene begroting opnemen – en dat alles zonder enig democratisch mandaat dat ook maar enigszins toereikend zou zijn. Dat was precies de bedoeling van de “ongekende” fiscale reactie van de EU op de pandemie: gezamenlijke schulden normaliseren als mechanisme om het institutionele machtsevenwicht doorslaggevend te verschuiven ten gunste van de Commissie, de lidstaten te degraderen en een structurele verschuiving in de Europese integratie te verankeren. De EU heeft deze truc sindsdien inderdaad herhaald met een pakket van 90 miljard euro voor Oekraïne, dat opnieuw wordt gefinancierd via gezamenlijke schulden die door de communautaire begroting worden gedekt. De “historische uitzondering” is stilzwijgend de norm geworden.
We willen niet leven in een Europa dat is gebouwd op ‘goede’ leugens
Om haar enorme schulden af te lossen, heeft de Commissie een pakket met vijf “nieuwe eigen middelen” voorgesteld: een vennootschapsbelasting voor bedrijven met een jaaromzet van meer dan 100 miljoen euro; belastingen op tabak en elektronisch afval; en aanpassingen in de inkomsten uit het EU-emissiehandelssysteem en het CO2-grenscompensatiemechanisme. Samen zouden deze maatregelen ongeveer 60 miljard euro per jaar moeten opleveren. Deze prognose moet echter met scepsis worden bekeken: voor veel van de voorstellen zijn de inkomstenramingen op zijn best grof geschat, en de daadwerkelijke opbrengst hangt sterk af van (onopgehelderde) uitvoeringskwesties. Fundamenteler is dat de invoering van “nieuwe eigen middelen” de unanieme instemming van de lidstaten en ratificatie volgens de nationale grondwetten vereist – een hoge drempel die eerdere pogingen van de Commissie tot inkomstenhervorming steeds niet hebben genomen.
Mocht de opbrengst van de nieuwe belastingen achterblijven bij de verwachtingen, dan is het vangnet een verplichte heffing op de lidstaten. Het bestaande “besluit inzake eigen middelen” – nog een prachtig stukje EU-jargon – machtigt de Commissie nu al om de nationale regeringen te verzoeken om aanvullende, op het BNI gebaseerde bijdragen ter dekking van de terugbetalingen aan de NGEU, bovenop de reguliere programma-uitgaven. Met andere woorden: als de nieuwe inkomstenbronnen minder opleveren, komt de rekening automatisch bij de nationale begrotingen terecht – beslist niet door soevereine parlementen, maar door de meedogenloze logica van de terugbetaling van de EU-schuld. In elk geval fungeert de EU-schuld nu als een de facto belasting voor de lidstaten, die de normale kanalen van democratische begrotingscontrole omzeilt. De spanningen tussen nettobetalers en schuldenaren leiden nu al tot openlijke breuken: de Zweedse minister van Europese Zaken heeft duidelijk verklaard dat de begrotingsomvang “aanzienlijk moet dalen” en dat er “geen gratis geld” is, terwijl verschillende zuidelijke en oostelijke lidstaten – waaronder Italië, Spanje en Polen – hebben voorgesteld om een deel van het schuldaflossingsplan uit te stellen.
De structurele wijzigingen in de begrotingsarchitectuur versterken dit probleem. De Commissie hoopt het aantal begrotingsrubrieken terug te brengen van zeven naar vier en 52 afzonderlijke programma’s samen te voegen tot slechts 16. Dit wordt voorgesteld als een “vereenvoudiging”. Politiek gezien is het echter iets heel anders: centralisatie van de begrotingscontrole en afschaffing van de gedetailleerde programmacategorieën, waarvan de specifieke aard het vermogen van de Commissie beperkte om middelen naar believen te herschikken. De structuur van het oude systeem, hoe compact en bureaucratisch die ook was, fungeerde als een vorm van democratische beperking: geld dat voor een specifiek doel is bestemd, is moeilijker om te leiden dan geld dat onder een brede noemer is samengevat.
De Britse coalitie van bereidwilligen besluit na rijp beraad dat zij niet bereid is om in Oekraïne te vechten
Minder programma’s en bredere noemers betekenen meer uitvoerende flexibiliteit en minder parlementaire controle. Nergens is deze machtsverschuiving duidelijker te zien dan in de voorgestelde nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’s). Volgens dit model zouden cohesiebeleid, landbouw, visserij, migratie en grensbeheer allemaal worden samengevoegd in afzonderlijke bilaterale kaders die rechtstreeks tussen de Commissie en elke lidstaat worden onderhandeld – in tegenstelling tot het huidige systeem van afzonderlijke programma’s, elk met eigen regels en controlestructuren. Regionale en lokale overheden – die momenteel een formele rol spelen bij het toezicht op de bestaande programma’s – zouden onvermijdelijk gemarginaliseerd worden. Het Parlement zou aan de zijlijn komen te staan. De Commissie zou op haar beurt een ongekend machtige positie verwerven door conditionaliteit uit te oefenen via het zogenaamde rechtsstaatmechanisme, dat een structureel kenmerk van de begroting zou moeten worden. Als de Commissie van mening is dat een regering niet in overeenstemming is met de rechtsstaat – zoals die natuurlijk door Brussel wordt opgevat – kunnen middelen niet zomaar worden bevroren; ze kunnen worden omgeleid naar maatschappelijke organisaties en programma’s voor “Europese waarden” die door de Commissie zelf zijn goedgekeurd. Dit komt neer op het creëren van een systeem van permanente, door de EU beheerde politieke druk.
“En nu staat dit door de EU gefinancierde propagandacomplex op het punt nog machtiger te worden.”
Dan is er de vraag waar de middelen uit de EU-begroting daadwerkelijk naartoe gaan. Het nieuwe programma AgoraEU – een samenvoeging van de programma’s Creatief Europa en CERV (Burgers, Gelijkheid, Rechten en Waarden) – krijgt 8,6 miljard euro: meer dan het dubbele van de gecombineerde begrotingen van zijn voorgangers. Alleen al het CERV-onderdeel, nu omgedoopt tot CERV , ziet zijn begroting groeien van 1,55 miljard euro naar 3,6 miljard euro, hoewel het nog steeds rechtstreeks door de Commissie wordt beheerd. Dit is de financieringsstroom waaruit honderden ngo’s die actief zijn op het gebied van “democratische waarden“, belangenbehartiging van het maatschappelijk middenveld en mediaondersteuning, hun exploitatiesubsidies ontvangen. Het spreekt voor zich dat deze organisaties door hun structuur institutioneel afhankelijk zijn van Brussel en betrouwbaar zijn afgestemd op diens agenda. In een recent verschenen boek laat ik zien hoe Europese programma’s en fondsen in toenemende mate zijn gericht op de verspreiding van zogenaamde “Europese waarden” – en zeer vaak op de bevordering van de EU en het integratieproject als zodanig – door de directe financiering van ngo’s, denktanks, academische instellingen, media en onderwijsprojecten ter waarde van honderden miljoenen per jaar, met als gevolg dat de grens tussen ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, institutionele communicatie en openlijke politieke propaganda vervaagt. En nu staat dit door de EU gefinancierde propagandacomplex op het punt nog machtiger te worden.
De twee gebieden waarop de Europese burgers de aanwezigheid van de EU het meest direct voelen – het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de cohesiefondsen voor structureel zwakke regio’s – zijn de grootste verliezers van de begroting. Dit heeft verrassend weinig publieke aandacht gekregen, waarbij het debat zich nog steeds grotendeels beperkt tot de technocratische taal van nettobijdragen en verdeelsleutels. Deze framing verhult wat er werkelijk gaande is: de opbouw van een Europese fiscale uitvoerende macht. Decennialang ging het door Duitsland geleide integratiemodel uit van de premisse dat politieke verdieping moest doorgaan zonder echte fiscale unie. De criteria van Maastricht, het stabiliteits- en groeipact en de no-bailout-clausule waren een uitdrukking van deze filosofie: bevordering van integratie door middel van gemeenschappelijke regels, niet door middel van gemeenschappelijke schulden of een gecentraliseerd begrotingsbeleid. Deze orde wordt momenteel echter stukje bij beetje afgebroken, het ene “uitzonderlijke” instrument na het andere. De realiteit is dat de Commissie de begroting niet langer behandelt als een beperkt instrument voor herverdeling, maar als een strategisch politiek instrument om haar controle over belangrijke beleidsterreinen uit te breiden – en in toenemende mate om haar wil op te leggen aan weerbarstige lidstaten.
Na de omkopingsmisdaad: Nu bezoedelt het cocaïnedebat ook het imago van EU-ambtenaren
De reikwijdte wordt duidelijker als men bedenkt wat de Commissie daadwerkelijk heeft gedaan met de reeds vergaarde bevoegdheden. Tijdens de pandemie voerde zij achter gesloten deuren een vaccinatieprogramma ter waarde van 71 miljard euro uit, ondertekende zij contracten die de farmaceutische bedrijven volledige intellectuele-eigendomsrechten en volledige vrijwaring van aansprakelijkheid verleenden, betaalde zij waarschijnlijk tientallen miljarden euro’s te veel en blokkeerde zij vervolgens elke poging van parlementsleden, accountants en de Europese Ombudsman om de contracten te controleren – terwijl het Europees Openbaar Ministerie een corruptieonderzoek startte dat nog steeds loopt. In de aanhoudende oorlog in Oekraïne heeft zij vergaande sanctiepakketten uitgewerkt en opgelegd met minimale raadpleging van de lidstaten, en de EU vastgelegd op een onbeperkte, maximalistische oorlogsstrategie – inclusief de levering van dodelijke wapens via een omgevormde “vredesfaciliteit” – waarover het Europees Parlement nooit heeft gestemd. Ze dreigde nieuw gekozen regeringen die haar niet aanstonden met financiële consequenties. Ze gebruikte “desinformatie” als voorwendsel om een censuurarchitectuur op te zetten – de Digital Services Act – die Brussel een effectieve hefboom geeft over wat Europese burgers online mogen lezen en zeggen. En ze heeft consequent financiële conditionaliteit gebruikt om regeringen te straffen waarvan ze het binnenlands beleid afkeurt, door geld weg te halen bij burgers en om te leiden naar door Brussel goedgekeurde ‘maatschappelijke’ organisaties, wanneer ze een regering niet rechtsconform acht. Het nieuwe MFK zet dit patroon niet alleen voort, maar institutionaliseert en financiert het ook permanent.
Dit alles is bijzonder frustrerend gezien de zwakke geopolitieke positie van Europa. Technisch gezien is het juist dat een geopolitiek capabel, strategisch autonoom Europa een gecentraliseerde begrotingscapaciteit nodig heeft. Maar de EU is geen democratische federatie die een dergelijke capaciteit op een verantwoordelijke manier zou kunnen uitoefenen. Het is een structuur waarin een niet-gekozen Commissie de agenda bepaalt; de Raad achter gesloten deuren vergadert; en het Parlement geen bevoegdheid heeft om wetten in te dienen. Het toekennen van nog grotere fiscale autonomie aan deze structuur lost het democratisch tekort van de EU niet op: het verdiept het. Het wordt tijd te erkennen dat het falen van de EU inherent is aan het supranationale model zelf. Pogingen om deze tekortkomingen binnen het huidige kader te verhelpen, doorgaans door middel van “meer Europa”, zullen de zaken alleen maar erger maken – met sombere gevolgen voor de Europese regeringen en hun burgers.