Een uniform gecombineerd met gewapende aanhoudingsbevoegdheid geeft een gewone man die doorgaans nog nooit van Foucault, Derrida of Deleuze gehoord heeft macht over zijn medeburgers. Het is uiteindelijk aan politici om ervoor te zorgen dat die macht in toom wordt gehouden, en op een juiste en rechtvaardige manier ingezet. Dit wordt problematisch wanneer die politici (en de instituties eronder en ernaast) zelf bevlekt zijn geraakt door gedachtegoed dat mensen indeelt op basis van etnische achtergrond en dat ook gaan institutionaliseren. Dan wordt er in feite een kastensysteem opgetuigd waarin niet kennis en vaardigheden, maar bijvoorbeeld huidskleur een graadmeter wordt, met op allerlei vlakken vernietigende gevolgen voor een samenleving. De gewone man in uniform wordt dan een stuk gereedschap om dat gedachtegoed uit te voeren en in te zetten tegen zijn landgenoten met een vergelijkbare achtergrond maar zonder uniform.
Het is ironisch dat dit gedachtegoed juist post heeft gevat in moderne westerse democratieën met Grondwetten die beogen iedere burger gelijke rechten te geven. Dat het zich nu richt tegen het deel van de eigen bevolkingen dat die democratieën heeft opgebouwd en vormgegeven moet een novum zijn in de geschiedenis, en geeft wel te denken over de validiteit, houdbaarheid en superioriteit van die democratieën. Politici die openlijk pleiten voor voorrang op de woningmarkt voor statushouders ten koste van jonge Nederlanders, die zich drukker maken over opvang van asielzoekers dan over fatsoenlijke verzorging van bejaarden, die de zwaardmacht selectief inzetten, die 'positieve' discriminatie op de arbeidsmarkt faciliteren zijn verantwoordelijk voor de vernietiging van solidariteit en sociale cohesie en uiteindelijk voor het einde van een samenleving; samen leven is dan verworden tot gescheiden leven met een hoge mate van onderling wantrouwen. Termen als multiculturalisme, diversiteit en inclusie zijn daarmee eufemismen voor tribalisme gekoppeld aan etnische achtergrond en een systeem van voorkeursbehandelingen (kasten).
Het is aan politici om denkexperimenten van filosofen in perspectief te plaatsen en - wanneer zinvol - op een juiste manier te implementeren in een samenleving. Dat vereist intellectuele diepgang, rechtvaardigheidsgevoel, integriteit, burgerschapszin, verantwoordelijkheidsgevoel, (waarlijk) fatsoen, deugdzaamheid (als in: het goede willen doen) en soberheid. Dit besef van feitelijk een vrije vertaling van Romeinse mos maiorum (morele deugden) is geheel afwezig bij onze politici, voor zover zij er überhaupt ooit van gehoord hebben. Een hernieuwde waardering van deze antieke filosofische waarheden is hard nodig. Nadeel daarbij is natuurlijk wel dat ook dit tegenwoordig wordt gezien als blanke cultuur, dus als ongewenst.