Een ochtendcolumn
Waarom niet gewoon stoppen met belasting heffen aan de onderkant?
Het debat over belastingen gaat meestal over percentages. Een paar procent erbij voor de rijken, een paar procent eraf voor de middenklasse. Maar misschien ligt de echte vraag inmiddels ergens anders, waarom heffen we ĂŒberhaupt nog belasting op miljoenen werkenden als we een groot deel daarvan later toch weer teruggeven?
Jeff Bezos zei het deze week ongebruikelijk scherp
âThe important part is zeroing out taxes on the bottom half. Best way to put money in someoneâs pocket is to not take it out in the first place. Bottom half is only 3% of total tax revenue. But itâs very meaningful to that person. Zero it out.â
De uitspraak veroorzaakte voorspelbaar veel ophef. Een miljardair die minder belasting wil, het klinkt ongeveer even geloofwaardig als een fastfoodketen die zich zorgen maakt over obesitas. Toch raakt Bezos hier een ongemakkelijke waarheid waar Nederland inmiddels volledig in vastloopt.
Ons belastingstelsel draait voor een groot deel niet meer om belasting innen, maar om geld rondpompen.
Miljoenen Nederlanders betalen loonheffing om daarna via zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en heffingskortingen een deel weer terug te krijgen. Eerst afpakken, daarna corrigeren. Eerst innen, daarna compenseren.
Dat klinkt overzichtelijk totdat zichtbaar wordt hoeveel mensen nodig zijn om dat systeem draaiende te houden. Sinds 2018 kwamen er volgens het CBS 154.000 voltijdsbanen bij de overheid bij. Alleen de rijksoverheid groeide met ongeveer 30 procent. Achter die groei zitten niet alleen agenten of verpleegkundigen, maar vooral uitvoeringsorganisaties, controleafdelingen, beleidsdirecties, ICT-projecten, accountants, juristen en toeslagenketens.
Zes miljoen huishoudens ontvangen inmiddels één of meerdere toeslagen. Jaarlijks verwerkt de Belastingdienst tientallen miljoenen wijzigingen en herberekeningen. Gemeenten bouwen aanvullende loketten, schuldhulpverlening groeit mee met terugvorderingen en een compleet bestuurlijk ecosysteem draait inmiddels op het corrigeren van eerder geheven belasting.
Dat kost geen miljoenen meer, maar miljarden. Niet de uitkeringen zelf, maar het apparaat eromheen. De formulieren. De controles. De uitzonderingen. De algoritmes. De bureaucratie die nodig is om burgers eerst geld af te nemen en daarna nauwkeurig te berekenen hoeveel daarvan weer terug mag.
En daarmee wordt de redenering van Bezos ineens ongemakkelijk logisch. Waarom niet gewoon stoppen met belasting heffen aan de onderkant?
Een veel hogere belastingvrije voet zou in één beweging een deel van het toeslagenstelsel overbodig maken. Minder loketten, minder ambtenaren, minder controles, minder terugvorderingen. Werknemers houden direct meer loon over zonder eerst afhankelijk te worden van de overheid met alle digitale formulieren en voorlopige voorschotten.
De paradox is dat de overheid daardoor waarschijnlijk miljarden bespaart. Niet ondanks lagere belastingen, maar juist dankzij lagere belastingen. Omdat een groot deel van het herverdeelapparaat dan simpelweg kan verdwijnen.
De toeslagenaffaire liet al zien wat er gebeurt wanneer een overheid burgers eerst financieel afhankelijk maakt en daarna met industriële precisie gaat controleren of iedereen exact het juiste bedrag heeft ontvangen. Dat was geen incident, maar de logische uitkomst van een systeem dat steeds ingewikkelder werd gemaakt. Toch blijft de reflex hetzelfde. Iedere koopkrachtcrisis leidt tot nieuwe compensaties. Iedere uitzondering produceert nieuwe uitzonderingen. Iedere regeling vraagt nieuwe formulieren, nieuwe loketten en nieuwe controlemechanismen.
Nederland heeft inmiddels een economie gebouwd waarin niet de zorg, infrastructuur of het onderwijs het hardst groeit, maar het apparaat dat geld eerst afpakt om het daarna terug te geven.