Het Heilige Verdrag
In de marmeren gangen van Den Haag, waar de lucht altijd naar koffie en uitstel rook, speelde zich al jaren een tragikomisch toneelstuk af. Het heette De Asielcrisis Die Geen Crisis Mocht Heten. De hoofdrolspelers waren voorspelbaar: keurige heren en dames in nette pakken, met een glimlach die zei “we doen ons best” terwijl hun ogen schreeuwden “laat me alsjeblieft niet kiezen”.
Op 23 april 2024 bereikte het stuk een hoogtepunt. Vier partijen – PVV, VVD, NSC en BBB – zaten rond de tafel met een bijna revolutionair idee: laten we de chaos die al jaren Ter Apel laat overlopen, hotels vult met ongeregistreerden en wijken laat knappen, eindelijk eens officieel een asielcrisis noemen. Een klein woordje maar. Een etiket. Een sleutel die de deur naar noodmaatregelen zou openen: even de procedure stopzetten, even ademhalen, even de rem erop. Toen gebeurde het.
Eric van der Burg, de VVD-priester van het departement, schoot overeind alsof iemand hem met een gloeiende naald had geprikt. In EenVandaag keek hij plechtig in de camera, hief zijn relikwie – een stoffige Kamerbrief uit 2022 – en sprak de heilige woorden:
“Zolang je zegt: we blijven verbonden aan internationale verdragen, blijf je daaraan gebonden. Anders houd je je niet aan internationale verdragen.”
De zaal hield de adem in. Het Verdrag had gesproken. Amen.
Sigrid Kaag had het refrein al jaren geoefend: “Indachtig internationale verdragen… en wat het betekent een beschaafd land te zijn.” Ankie Broekers-Knol zwaaide ermee als een bisschop met haar staf: “Wij zijn vrijwillig gebonden.” Rob Jetten prevelde het mantra tot hij ineens ontdekte dat het systeem “stuk” was – maar ja, tot die tijd bleven de verdragen heilig.
Het was een briljant toneelstuk. Telkens wanneer de kiezer schreeuwde om grip, wanneer de cijfers bloedrood kleurden, wanneer zelfs VVD’ers begonnen te morren, kwam het relikwie tevoorschijn. Een stoffig verdrag uit 1951, geschreven voor een wereld die allang niet meer bestond. En het werkte. Altijd weer. De crisis bleef “beheersbaar”. De boot werd niet gestopt, maar wel netjes volgeladen.
En toen, in juni 2026, kwam het wonder.
Brussel had gesproken. Het EU-migratiepact was er. Snellere procedures! Strengere screening! Meer terugkeer! Foto’s werden gemaakt, persberichten verstuurd, handen geschud. Van der Burg en de zijnen glunderden: “Zie je wel? We lossen het Europees op. Geen roekeloze nationale acties. Geen breuk met de verdragen. Alles volgens het boekje.”
Dezelfde mensen die jarenlang elke Nederlandse asielstop hadden doodverklaard met “dat mag niet van de verdragen”, juichten nu omdat Brussel een iets dikkere laag papier over dezelfde chaos had gelegd. Het was bijna poëtisch. Het Verdrag had hen eerst beschermd tegen lastige keuzes. Nu beschermde het hen tegen de woede van de kiezer. En terwijl de camera’s flitsten en de champagneglazen klonken, fluisterde een eenzame stem in de gangen van Den Haag: “Ze hebben het weer geflikt.”
Het Heilige Verdrag was gered.
Nederland ook, zeiden ze. Maar de boten bleven komen.
En de priesters bleven zwaaien. Einde (voorlopig).
Peter Siebelt-Zozzaro 13 juni 2026