Een zondagochtendbeschouwing
Wanneer een miljardair zich uitspreekt over politiek, volgt vrijwel automatisch een discussie over macht. Grote vermogens worden gezien als een potentieel risico voor de democratie.
Vreemd genoeg roept een andere vorm van macht veel minder vragen op. De woningmarkt, de energietransitie, migratie, ruimtelijke ordening, stikstof en onderwijs. Het zijn de dossiers die het dagelijks leven van miljoenen Nederlanders bepalen. De regels, normen en structuren achter deze dossiers worden niet ontworpen door miljardairs. Ze worden bedacht door ministers, ambtenaren, adviesraden, planbureaus, kennisinstellingen, rechters en maatschappelijke organisaties.
Toch lijkt die invloed zelden onderwerp van dezelfde nieuwsgierigheid. Dat is bijzonder want juist op veel van deze dossiers stapelen de problemen zich op. De woningmarkt zit vast. Het elektriciteitsnet raakt overbelast. Grote infrastructurele projecten lopen vertraging op. Migratie zorgt voor spanningen die politiek nauwelijks beheersbaar blijken. De gevolgen worden niet gevoeld door de mensen die dat beleid vormgeven, maar door degenen met de minste ruimte om eraan te ontsnappen.
Het gebruikelijke antwoord luidt dat deze macht democratisch gelegitimeerd is. Er zijn verkiezingen, er is een parlement en er zijn ministers die verantwoording afleggen. Formeel klopt dat. In de praktijk is het maar een klein deel van het verhaal. De kiezer kiest de voorkant van het bestuur. Daarachter bevindt zich een veel grotere bestuurlijke laag die blijft bestaan wanneer kabinetten vallen, partijen verdwijnen en bewindspersonen worden vervangen.
Daar bevindt zich de werkelijke continuïteit van de macht. In departementen, uitvoeringsorganisaties, toezichthouders, overlegtafels, gemeentelijke apparaten, provinciale diensten, kennisinstituten en adviescolleges. Daar bevinden zich het geheugen, de dossiers, de procedures en de taal waarin beleid wordt gemaakt. Een minister arriveert als passant. Het systeem blijft bestaan.
Dat systeem is niet gekozen in de gewone betekenis van het woord. Het is benoemd, netwerken, gegroeid, ons kent ons, verankerd en uitgewaaierd tot in de haarvaten van de samenleving. Het bepaalt welke opties realistisch heten, welke bezwaren zwaar wegen, welke doelen onaantastbaar zijn en welke belangen moeten wijken. Dat is de werkelijke macht, ook wanneer die verschijnt als deskundigheid, uitvoering of zorgvuldigheid.
Vanuit diezelfde laag wordt ondertussen met grote vanzelfsprekendheid gewezen op de gevaren van vermogen. Vaak letterlijk vanuit wijken, herenhuizen en grachtenpanden die ooit zijn gebouwd dankzij het vermogen van de economische elite van eerdere generaties. De fysieke nalatenschap van vroegere rijkdom wordt minutieus beschermd als erfgoed terwijl de rijkdom van vandaag door het culturele establisment vooral benaderd wordt als risico.
Daar zit een merkwaardige onevenwichtigheid. De macht van geld wordt onmiddellijk herkend en bevraagd. De macht van instituties veel minder. Een ondernemer moet voortdurend uitleggen waarom invloed legitiem is. Voor institutionele invloed wordt die vraag veel minder vaak gesteld.
Wie door Amsterdam wandelt ziet de huizen, grachten, pakhuizen, musea en handelsgebouwen die zijn voortgebracht door de vermogende bovenlaag van eerdere eeuwen. Die nalatenschap wordt gekoesterd, gerestaureerd en beschermd. Vanuit diezelfde omgeving klinkt vandaag juist de waarschuwing voor de gevaren van de invloed van de economische macht.
We missen de vraag welke gevolgen de macht heeft gehad van de bestuurlijke en culturele elite die Nederland inmiddels al decennia vormgeeft. De woningmarkt, de energierekening, de migratievraagstukken, de stikstofimpasse en de vastgelopen infrastructuur zijn immers niet ontworpen door miljardairs.