Voor Nederlanders die de Spaanse politiek niet volgen: het schandaal rond de socialistische regering Sánchez en de PSOE (de Partido Socialista Obrero Español, de Spaanse sociaaldemocratische regeringspartij) gaat niet in de eerste plaats over steekpenningen of partijfinanciering. De beschuldigingen raken de kern van de democratische rechtsstaat.
De centrale vraag is namelijk niet of een politicus geld heeft aangenomen. De centrale vraag is of er politieke “loodgieters” werden ingezet om de controle op de macht zelf te neutraliseren.
In Spanje wordt gesproken over netwerken rond partijfunctionarissen, adviseurs en vertrouwelingen van de PSOE die zouden hebben geprobeerd om openbare aanklagers te beïnvloeden, politieonderzoeken te sturen, belastende informatie te verzamelen over tegenstanders, kritische journalisten onder druk te zetten en gevoelige dossiers te controleren.
Als dergelijke beschuldigingen zelfs maar gedeeltelijk waar blijken te zijn, hebben we het niet meer over gewone corruptie. Dan spreken we over institutionele corruptie.
Gewone corruptie is wanneer een ambtenaar een envelop met geld aanneemt. Institutionele corruptie ontstaat wanneer de mechanismen die corruptie moeten bestrijden zelf worden aangetast. Wanneer aanklagers, politie, media of toezichthouders onderdeel worden van een politiek netwerk, verdwijnt de scheiding der machten.
Dat is precies waarom Montesquieu zo belangrijk blijft. Vrijheid bestaat niet omdat politici deugen. Vrijheid bestaat omdat macht door macht wordt begrensd. Rechters controleren regeringen. Openbare aanklagers onderzoeken politici. Journalisten controleren de macht. Zodra die controleurs afhankelijk worden van dezelfde politieke macht die zij moeten controleren, begint de rechtsstaat af te brokkelen.
De ernst van dit dossier zit daarom niet alleen in mogelijke corruptie, maar in de beschuldiging dat staatsmacht zou zijn gebruikt om controle op diezelfde staatsmacht te beïnvloeden. Als de scheidsrechter zelf onder druk wordt gezet, verandert de aard van het spel fundamenteel.
Voor Nederlanders is dit geen ver-van-ons-bed-show. Democratieën sterven steeds minder vaak door tanks op straat. Veel vaker sterven zij tegenwoordig wanneer de instituties die de macht moeten controleren geleidelijk door diezelfde macht worden gekoloniseerd.
De vraag is uiteindelijk niet alleen wat individuele politici hebben gedaan. De fundamentele vraag is of de Spaanse instituties sterk genoeg zijn om de macht onafhankelijk te onderzoeken. Want zodra partij, staat en rechtsstaat in elkaar overlopen, is Montesquieu niet formeel afgeschaft. Hij is simpelweg irrelevant gemaakt.