Vandaag sprak ik met kroonprins Mohammad bin Salman, maar halverwege het gesprek had ik sterk het vermoeden dat we allebei per ongeluk in een soort geopolitieke toneelvoorstelling waren beland waar niemand het script had gelezen.
We bespraken de situatie rond Iran, wat al snel veranderde in een gesprek dat voelde als twee mensen die een brand proberen te blussen met een PowerPoint-presentatie en een kopje thee.
Ik sprak mijn solidariteit uit met Saudi-Arabië, wat in de praktijk betekent dat ik heel serieus knikte terwijl ergens in mijn hoofd een goudvis rondzwom die riep:
“Waarom is alles tegelijk in brand en waarom draagt niemand een cape?”
Iran moet stoppen met aanvallen op civiele infrastructuur — want blijkbaar leven we in een wereld waarin dat nog expliciet gezegd moet worden, alsof iemand tegen een peuter zegt:
“Niet aan de stopcontacten likken.”
En die blokkade van de Straat van Hormuz…
Die is inmiddels zo absurd dat het voelt alsof iemand een badstop in de oceaan heeft gedaan en nu verbaasd is dat alles overstroomt.
Op een gegeven moment hadden we het over “historische banden”, en ik zweer het: ergens in de verte hoorde ik een oude faxmachine applaudisseren terwijl een kameel een Excel-sheet invulde.
We hebben afgesproken in contact te blijven, wat neerkomt op:
nog meer gesprekken waarin iedereen doet alsof dit een strak geregisseerd plan is, terwijl de realiteit meer lijkt op een dansgroep in glitterjurken die een olieraffinaderij probeert te repareren met interpretatieve dans.
Kortom: alles onder controle. Waarschijnlijk. Misschien. Niemand weet het.