Vorige donderdag schreef Elon Musk geschiedenis. SpaceX ging naar de beurs en haalde in één klap 75 miljard dollar op — de grootste beursgang ooit in de geschiedenis van de financiële markten. Wie intekende op de SpaceX-IPO, kocht geen aandeel in een winstgevende onderneming. Hij of zij kocht een geloof. In menselijk vernuft, in technologische vooruitgang, in de kracht van ambitie en talent. Je koopt geen aandeel. Je belijdt je geloof uit in de kracht van het individu.
In Europa zijn we dat helaas verleerd. MIT professor Andrew McAfee maakte daarover recent een scherp punt. Volgens hem waren Europese regelgevers de beste bondgenoten van de Amerikaanse techgiganten. Dankzij GDPR, de AI Act, de Digital Markets Act en een eindeloze stroom regels konden Europese concurrenten namelijk nooit de schaalgrootte bereiken om te concurreren. Google, Meta en Apple hoefden niemand te sturen om Europese rivalen klein te houden — Brussel deed het gratis. Europese regelgeving leidt dus wél voor economisch succes: alleen niet in Europa.
Dat brengt ons bij de filosofische keuze die hierachter zit. Europa hanteert het voorzorgsprincipe. Het idee dat een technologie of product bewezen veilig moet zijn vóór het de markt mag betreden. Het zegt: mensen zijn onbetrouwbaar en ze nemen slechte beslissingen. Het is dan ook aan een klasse van experts - onverkozen, niet ondernemend en zonder skin in the game - om te bepalen wat goed is voor de samenleving.
Neem de ondertussen beruchte plastic dop op een fles water. In de VS staat daarop gedrukt: please recycle me with the bottle. Een vriendelijke oproep tot individuele verantwoordelijkheid. In Europa dwingen we fabrikanten om de dop vast te maken aan de fles. Mensen zijn namelijk onbetrouwbaar en ze moeten gestuurd worden. Zoals de communistische leider Lenin ooit zei: vertrouwen is goed, controle is beter.
De kosten van die Europese visie worden zelden eerlijk benoemd. Door alle risico's uit te willen bannen, bannen we ook de welvaart uit. Elke innovatie draagt risico. De stoommachine was gevaarlijk. Het vliegtuig was gevaarlijk. Het internet was gevaarlijk. Met de huidige regulering was geen enkele van die innovaties ooit in Europa ontwikkeld of uitgerold.
Regelgevers zullen dit nooit toegeven. Dat Europese AI-bedrijven niet bestaan. Dat er geen Europese zoekmachine is, geen Europees sociaal platform, geen Europese cloudreus. Niet omdat Europeanen minder slim zijn, maar omdat het systeem hen klein houdt.
De beleggers die vorige week intekenden op SpaceX, stemden voor een wereld waar iemand met een grote droom de kans krijgt om die droom waar te maken. Ze stemden voor de kracht van het individu, voor vooruitgang, voor ambitie.
Europa heeft die droom niet afgeschaft. Maar we hebben hem diep begraven onder formulieren, richtlijnen en impact assessments. Hoog tijd om hem terug op te graven.