Dank je wel, Hugo
Er zijn politici die de geschiedenis ingaan vanwege hun staatsmanschap.
Er zijn politici die herinnerd worden vanwege een groot hervormingsplan.
En er zijn politici die een onuitwisbare bijdrage leveren aan de Nederlandse cultuur door een frikandel.
Hugo de Jonge behoort onmiskenbaar tot die laatste categorie.
Tijdens de coronajaren, toen Nederland zich dagelijks afvroeg wat nu precies de waarheid was, kwam de toenmalige minister van Volksgezondheid met een vergelijking die onmiddellijk een plaats veroverde in het nationale geheugen. Nederlanders, zo legde hij uit, aten al hun hele leven frikandellen zonder zich af te vragen wat erin zat. Waarom zouden zij zich dan druk maken over de inhoud van een vaccin?
Het was een vergelijking die alles had. Ze was verrassend. Ze was origineel. Ze was onvergetelijk. En vooral: ze zorgde ervoor dat miljoenen Nederlanders zich voor het eerst in hun leven daadwerkelijk gingen afvragen wat er in een frikandel zit.
Een prestatie van formaat.
Waar decennialange reclamecampagnes van snackfabrikanten nooit in waren geslaagd, kreeg Hugo in één enkele uitspraak voor elkaar. De frikandel werd plotseling onderwerp van nationale belangstelling. Keukentafelgesprekken, verjaardagen en sociale media stonden er vol mee.
De marketingwaarde van die opmerking moet inmiddels in de miljoenen lopen.
En zoals dat gaat in een vrije markteconomie, zag een ondernemende concurrent daar een kans in. Waarom niet een frikandel maken waarvan iedereen precies weet wat erin zit? Met Nederlandse ingrediënten, scharrelkip, transparantie en een knipoog naar de man die het allemaal mogelijk maakte.
Zo werd de “Hugo Frikandel” geboren.
Het is een prachtig voorbeeld van ondernemerschap. Waar de overheid jarenlang probeerde gedrag te sturen met regels, voorlichting en campagnes, wist één ongelukkige vergelijking een compleet nieuw productconcept te creëren.
Daarvoor verdient Hugo alsnog erkenning.
Sterker nog, misschien zou hij bij de volgende editie van de Horecava als eregast moeten worden uitgenodigd. Niet als voormalig minister, maar als onbedoeld ambassadeur van de Nederlandse snackcultuur.
Want laten we eerlijk zijn: hoeveel politici kunnen zeggen dat zij jaren na dato nog steeds bijdragen aan de verkoop van frikandellen?
De meeste bewindslieden verdwijnen geruisloos uit het collectieve geheugen.
Maar Hugo niet.
Hugo leeft voort.
Op sociale media.
In cartoons.
In memes.
En tegenwoordig zelfs in de vriezer.
Dat is toch een vorm van politieke onsterfelijkheid die maar weinigen gegeven is.
Dus bij deze, namens snackliefhebbend Nederland:
Dank u wel, Hugo.
Voor uw bijdrage aan de transparantie.
Voor uw bijdrage aan het ondernemerschap.
Maar bovenal voor uw bijdrage aan een uitstekend, authentiek Nederlands product.
De frikandel zal u nooit vergeten.