Elk jaar opnieuw. De Dam. De kransen. De twee minuten. Het Concertgebouworkest. De koning met een ernstig gezicht. Scholieren die een gedicht hebben geschreven. Een overlevende die steeds ouder wordt en steeds korter spreekt. Een burgemeester die zegt dat we nooit mogen vergeten.
En dan, op 5 mei, bier.
Dit jaar verscheen op 4 mei in NRC een opiniestuk van historicus Jos Palm. De vraag die hij stelt: hoe herdenken we straks de Shoah als Israëls oorlogsmisdaden niet ophouden? De oplossing die hij aanbiedt: depolitisering van de Holocaust, te bereiken door Israël ondubbelzinnig te veroordelen. Eerst betaal je de aflaat. Dan krijg je de absolutie. Dan mogen de doden weer betekenis hebben.
Dat Palm dit schrijft op 4 mei, in Nederland, zonder dat iemand zijn wenkbrauwen optrekt, zegt alles. Niet over Palm. Over Nederland.
Want antisemitisme is geen importproduct. Geen bijwerking van het Midden-Oostenconflict. Geen vergissing van de buitenwijken. Het is Europees erfgoed. Het zit in de kathedralen, in de Verlichtingsfilosofie, in de rechtszalen, in de spoorwegen, in de ambtenaren die gewoon hun werk deden. Nederland deporteerde 73 procent van zijn Joden. Het hoogste percentage van West-Europa. Niet met schreeuwen. Met formulieren. Met de stille, efficiënte toewijding van een land dat zijn werk goed doet.
Daarna schreef Nederland zichzelf een certificaat van berouw.
Dat certificaat hing aan de muur. Bij de ingang van het Holocaustmuseum. In de toespraken op de Dam. In de schoolboeken, de documentaires, de collectieve overtuiging dat wij, anders dan onze grootouders, hebben geleerd. Auschwitz als bewijs van Nederlandse beschaving. Zes miljoen doden als fundering voor het morele zelfvertrouwen van het land dat hen op de trein heeft gezet.
Gaza is blijkbaar de vervaldatum van dat certificaat.
Want elke generatie vindt een nieuwe naam voor dezelfde gedachte. Christusmoord. Kapitalisme. Bolsjewisme. Nu Israël. De verpakking vernieuwt. De beweging niet. Elke generatie vindt een nieuwe verfijnde manier om de Jood verantwoordelijk te maken voor de vijandschap jegens de Jood. Palm vraagt begrip voor mensen die Israël en Joden op één hoop gooien. Hij noemt het een denkfout. Joodse scholen worden bewaakt. Mensen verbergen hun davidster. Palm vraagt begrip.
Vroeger met laarzen.
Nu met een ernstige blik.
In NRC.
Op 4 mei.
Om acht uur vanavond zwijgt Nederland twee minuten.
Dat zwijgen is oprecht. Daar twijfel ik niet aan. Nederland zwijgt oprecht, legt oprecht kransen, zingt oprecht het Wilhelmus, en schrijft oprecht opiniastukken over de vraag of de Joodse doden de herdenking nog verdienen. Alles met de grootst mogelijke ernst. Alles met het diepste respect. Nederland is hier heel goed in geworden.
Het heeft er tachtig jaar voor geoefend.
De doden staan op de Dam. Ze zijn er elk jaar weer. Trouwe aanwezigen. Ze zeggen niets, ze klagen niet, ze stellen geen voorwaarden. Ze zijn, in dat opzicht, de ideale Joden.
Nederland houdt van ze.
Eindelijk.