Ik word vaak gevraagd te bewijzen waarom ik FvD eerder zie als uitlaatklep dan als fundamentele oppositie tegen het Haagse regime.
Het principe is simpel en universeel: kijk niet naar wat partijen zeggen, maar naar wat zij centraal stellen. En vooral: bestrijden zij de kern van het probleem, of slechts symptomen?
Vanuit libertarisch perspectief is de kern van het probleem niet migratie, klimaat of cultuur. De kern is de concentratie van macht in de staat. Wie de omvang van de staat ongemoeid laat, bestrijdt uiteindelijk symptomen.
Neem pensioenen. Nederland kent een van de meest gecentraliseerde pensioenstelsels ter wereld. Honderden miljarden euro’s worden verplicht beheerd binnen een sterk gereguleerd systeem, met beperkte keuzevrijheid voor burgers. Een werkelijk radicale systeemkritiek zou pleiten voor verregaande individualisering: eigen pensioenrekeningen, meer vrijheid om te sparen of te beleggen, concurrentie tussen aanbieders en een forse vermindering van de rol van de staat.
Maar waar staat FvD hier fundamenteel voor? De nadruk ligt vaak op het beschermen van bestaande aanspraken en nationale controle, niet op het decentraliseren van pensioenvermogen naar individuele burgers. Dat is een verschil tussen andere beheerders en minder beheerders.
Hetzelfde zien we bij decentralisatie. Een libertariër vraagt: welke bevoegdheden kunnen van Den Haag naar provincies, gemeenten, private verenigingen of individuen worden overgedragen? Waarom niet meer fiscale autonomie voor gemeenten? Waarom niet meer ruimte voor particulier onderwijs, particuliere infrastructuur of vrijwillige sociale arrangementen?
In de praktijk zien we bij veel populistische partijen, inclusief FvD, eerder een voorkeur voor nationale soevereiniteit dan voor decentralisatie van macht als zodanig. Macht moet dan niet verdwijnen, maar verhuizen: van Brussel naar Den Haag. Voor een libertariër is dat onvoldoende. Een Nederlandse bureaucratie blijft een bureaucratie.
Hier komt de elite-theorie van Pareto en Burnham om de hoek kijken. Elites wisselen voortdurend van samenstelling, maar de instituties blijven vaak bestaan. Nieuwe elites beheren dezelfde ministeries, dezelfde subsidies en dezelfde regelgeving.
Dat is wat ik bedoel met “balletje-balletje”. De spelers veranderen, maar de tafel blijft staan.
De echte oppositie tegen het regime meet je niet aan retoriek of mediacontroverses. Je meet haar aan concrete afbouw van staatsmacht: lagere belastingen, minder regelgeving, decentralisatie en meer eigendom en autonomie voor burgers.
De vraag is dus niet: wie roept het hardst dat het systeem kapot is?
1/1
De vraag is: wie zaagt daadwerkelijk aan de macht van de staat zelf?