Wie kan zich nog de hijgende media herinneren toen Israël in 2023 zogenaamd een Gazaans ziekenhuis gebombardeerd zou hebben? Binnen enkele minuten namen de MSM gretig en met het kwijl uit de mondhoeken keiharde Hamaspropaganda over. Gevolg: talloze protesten en laster die niet meer uit de hoofden van de ontvangers weg te slaan was. Inmiddels hebben we te maken met bijna drie jaar van onophoudelijke bloedbias tegen de Joodse staat en weten we eigenlijk niet meer beter.
Een nieuw dieptepunt werd bereikt toen een gerenommeerde Amerikaanse journalist onlangs in een al even gerenommeerde Amerikaanse krant het bizarre bloedsprookje verkondigde over de verkrachting van Palestijnse gevangenen door honden. Zet dit tegenover de scepsis van diezelfde media wanneer het gaat om zo ongeveer de meest uitgebreid gedocumenteerde pogrom ooit, namelijk de gruwelijke massaslachting op Joden door Hamas op 7 oktober 2023, en ieder weldenkend mens begint zich achter de oren te krabben.
Dat redacties in het Westen worden bevolkt door een progressief-postmoderne elite vormt een deel van de verklaring, maar er speelt meer. Politicoloog Eliyahu Sapir beschrijft het verschijnsel als het verdwijnen van ‘epistemische latentie’: het vermogen van instituties om onzekerheid te verdragen en tijd te nemen voor verificatie voordat zij morele conclusies trekken. Volgens Sapir ontleende de klassieke journalistiek het gezag juist aan die terughoudendheid. Eerst de feiten, daarna de duiding. Eerst gedegen onderzoek, daarna de oordelen. Tegenwoordig voltrekt zich het omgekeerde. Morele verontwaardiging gaat vóór bewijs, want redacties ervaren terughoudendheid als een risico: deugdwang is belangrijker geworden dan waarheidsvinding.
Daardoor ontstaat een opmerkelijke asymmetrie. Verhalen die passen binnen bestaande progressieve categorieën van onderdrukking, kolonialisme en slachtofferschap krijgen onmiddellijk het journalistieke stempel van morele geloofwaardigheid. Beschuldigingen hoeven nauwelijks te rijpen voordat zij worden verkocht als vaststaande werkelijkheid. Sapir benadrukt dat dit verschijnsel verder gaat dan gewone politieke vooringenomenheid: het raakt de manier waarop het begrip ‘waarheid’ zélf maatschappelijk wordt georganiseerd. Precies daar wordt het voor Joden extra gevaarlijk.
De verkrachtingen, verminkingen en seksuele martelingen van Israëlische vrouwen op 7 oktober werden aanvankelijk met wantrouwen ontvangen. Ondanks bakken forensisch materiaal, getuigenissen van zowel daders als slachtoffers en onafhankelijk onderzoek bleef een groot deel van de media aarzelen. Ook VN-organisaties deden er maanden over voordat zij de omvang en gruwelijkheid van het seksuele geweld enigszins erkenden. Tegelijkertijd kunnen de meest krankzinnige beschuldigingen tegen Israël binnen enkele uren uitgroeien tot mondiale ‘waarheden’. We zien dus een ongelijke verdeling van scepsis en versnelling.
Mede door dit mechanisme hebben we te maken met een contemporaine vorm van antisemitisme: antisemitisme dat kan floreren los van antisemieten. In de moderne westerse wereld is openlijke Jodenhaat sociaal onacceptabel geworden, maar de oude patronen kunnen desondanks via instituties en morele reflexen opnieuw worden geproduceerd.
Paradoxaal genoeg zijn het opvallend vaak de figuren die zichzelf erop beroepen het naoorlogse morele kompas te hebben uitgevonden en verbeterd, die vooraan staan bij iedere herdenking van de Holocaust en die geen gelegenheid voorbij laten gaan om anderen de maat te nemen over fascisme, die bijdragen aan een systeem waarin Joodse getuigenissen structureel minder geloofwaardig worden geacht, Joodse kwetsbaarheid onvoldoende herkenbaar wordt en beschuldigingen tegen Joden of de Joodse staat sneller plausibel worden geacht dan vergelijkbare beschuldigingen tegen andere groepen, inclusief tegen de genocidale antisemitische doodscultus Hamas.
Oude bloedlaster verschijnt daardoor in nieuwe gedaantes, maar de mechanismen blijven herkenbaar: Joodse ervaringen worden gewantrouwd, Joodse slachtoffers verdwijnen naar de achtergrond en Joden worden opnieuw gereduceerd tot objecten waarop bredere maatschappelijke frustraties worden geprojecteerd. Zodra instituties het onderscheid verliezen tussen snelle morele bevrediging en waarheidsvinding, verandert journalistiek van waakhond in producent en versterker van nieuwe antisemythes.
*Link naar blog in onderstaande tweet.